Om acht uur vanmorgen begon het lawaai. De buurman, ook wel gekend als "papa", zijn vrouw, hun zoon en twee mannen van de gemeente, reden met graafmachine, hakselaar en allerlei ander lawaaierig materiaal af en aan om zo de haag en de draad op onze scheidingslijn te verwijderen.
Ik was al wakker van half zes. Ik had niets aan behalve een niet zo heel lang nachtkleed en schrok dus lichtelijk van het dringende geklop op onze glazen deur. Die ik dus moest openen in een niet zo lang nachtkleed. Waarna ik "papa" aanhoorde, snel een roze jogging combineerde bij mijn blauwe nachtkleed, het geheel afmaakte met een donkerblauwe golf om door de barre kou, op campers zonder sokken, naar mijn auto te sjeezen. Als accesoire droeg ik een kleuter in een lichtblauwe Dora pyjama. De auto werd weggereden.
Om half een mocht ik terug door de barre kou + sneeuw. Om met een redelijke dosis schaamte te vragen of de tractor en bijbehorende werkman ook auto's, gevuld met wederhelften en zonen, redt uit modderige paadjes. Paadjes waar auto' s en wederhelften niks te zoeken hebben. Behalve dan om eens met uwe zoon door de modder te (vast)rijden.
Om vier uur is de auto bevrijdt, nadat tractor1 met werkman bijna omkieperde, en een reddingsteam met planken en schoppen alleen maar vuil terugkeert. Gelukkig heeft bijna iedereen hier een tractor en zo ook de vader van een andere buurman.
Dit wil zeggen dat ik eindelijk met mijn niet-meer vastgelopen (want uiteraard neemt ge voor pret in de modder niet uwe eigen auto), ooit witte, maar nu gepimpte (denk modderspetters tot op het dak, zelfs de voorruit is niet vergeten en voor een langdurend effect is er geen sproeivloeistof meer) auto naar de dokter mag. Met een kleuter die verhoging en rugpijn heeft. En met kleuterpipi in een nep-tupperwarke.
Om de dag mooi af te sluiten besluit ik bij het uitladen van de kleuter en haar pipi mijn vinger om te slaan. Waardoor ik uiteraard het pipi-doosje laat vallen, bijna flauwval van de pijn waarna ik mezelf , de kleuter en het pipi-doosje bijeenpak. Het doosje is natuurlijk lek. En mag toch mee, maar dan ondersteboven. Het mag mee omdat de pipi kostbaar is vermits het ontginnen ervan ongeveer de hele voormiddag in beslag nam.
Gelukkig is het ijskoud en zorgt dit er, samen met wat gemorste pipi, voor dat de omgeslagen vingerwat verdoofd en dus geen pijn meer doet.
Het siert de vrouw aan de balie enorm dat ze niet lacht met het ondersteboven pipi-doosje. En dat ze zelfs professioneel blijft wanneer ik met redelijk wat volume : " NEE JUNO !!!!!" roep. Ik roep dit tegen de eigenwijze kleuter die vindt dat het neergezette doosje fout staat. Het deksel moet toch van boven?
Ik pak het pipi-doosje en de kleuter ,nu met pipi-jas, en zet me in de wachtzaal.
Een half uur later ben ik alweer thuis. De kleuter had zich blijkbaar vergist, ze is niet echt ziek.
zaterdag 23 maart 2013
zaterdag 9 maart 2013
Een heel madam
Ik zit in de auto naast haar.
Ik bekijk haar vanuit mijn ooghoek en plots overvalt mij dat gevoel.
Dat gevoel dat ik soms ook heb bij mijn lief of andere mensen die ik graag zie.
Plots kan ik ze dan objectief bekijken, van op een afstand alsof ik ze niet ken. En ze zien er dan anders uit, heel eventjes.
En ik dacht: "amai, wie is dat wezen hier naast mij?"
Dat wezen dat een centimeter groter is dan ik.
Dat wezen dat mascara kocht in de Delhaize en die nu weer op haar wimpers heeft gerold.
Dat wezen dat tijdens het lezen plots een elastiekje van haar pols trekt om dan met geroutineerde bewegingen een staartje te maken.
Dat wezen dat iets met potlood opschrijft, het uitgomt en het gomsel wegveegt met de zijkant van haar hand. Niet stuntelig als een kindje, maar als ....een grote mens.
Ik weet nog dat ik haar voor het eerst naar school bracht, verkleed als prinses.
Ik zag toen de meisjes van het 6de leerjaar en dacht: "mijn God zitten die nog maar int zesde? Die zijn al zo groot en modebewust en hip en zelfbewust en al zo voorzien van allerlei attributen (zowel lichamelijk als elektronisch)."
En hier zit ik nu in de auto. Op weg naar een afspraak met haar vriendin. Een afspraak die ze zelf heeft geregeld. Ze heeft een skinny aan, een dotje boven op haar hoofd en haar handtas staat op de grond.
Ik bekijk haar vanuit mijn ooghoek en plots overvalt mij dat gevoel.
Dat gevoel dat ik soms ook heb bij mijn lief of andere mensen die ik graag zie.
Plots kan ik ze dan objectief bekijken, van op een afstand alsof ik ze niet ken. En ze zien er dan anders uit, heel eventjes.
En ik dacht: "amai, wie is dat wezen hier naast mij?"
Dat wezen dat een centimeter groter is dan ik.
Dat wezen dat mascara kocht in de Delhaize en die nu weer op haar wimpers heeft gerold.
Dat wezen dat tijdens het lezen plots een elastiekje van haar pols trekt om dan met geroutineerde bewegingen een staartje te maken.
Ik weet nog dat ik haar voor het eerst naar school bracht, verkleed als prinses.
Ik zag toen de meisjes van het 6de leerjaar en dacht: "mijn God zitten die nog maar int zesde? Die zijn al zo groot en modebewust en hip en zelfbewust en al zo voorzien van allerlei attributen (zowel lichamelijk als elektronisch)."
En hier zit ik nu in de auto. Op weg naar een afspraak met haar vriendin. Een afspraak die ze zelf heeft geregeld. Ze heeft een skinny aan, een dotje boven op haar hoofd en haar handtas staat op de grond.
vrijdag 22 februari 2013
Het privaat
Mijn kinderen hebben mij nog veel nodig.
Brandjes blussen.
Scheidsrechteren.
Troosten.
Huiswerk begeleiden.
Schoenen zoeken.
Jas zoeken.
Boekentas controleren op boterhamdozen.
Achter hun gat opruimen.
Terecht wijzen.
Sokken zoeken.
In bed stoppen.
Eten maken.
Eten geven.
Dwingen om te eten.
Turnzak nabrengen.
Prijzen.
Zwemzak nabrengen.
Speelafspraakjes regelen.
Vriendjes ontvangen.
Ruzies met vriendjes die uitgenodigd zijn oplossen.
Kamers herinrichten.
Dwingen om te douchen.
Dreadlocks uit haren kammen.
....
Maar af en toe kan het al eens gebeuren dat ze allemaal schoon bezig zijn. Dat ik geen van de bovenstaande dingen hoef te doen.
Af en toe kan ik dus rustig naar de WC gaan.
Ik laat mijn broek op mijn enkels zakken. Ik vlei mijn billen neder en.....
" Waar is mama?"
"Buh"
"Mama!?"
"Maaaaamaaaaaaa!"
"MAAAAAMAAAAAAAA!!!!!!!!!!"
Ik probeer wat sneller mijn ding te doen, ondertussen denkend dat het wel niet erg is, maar ja sommige dingen kan je echt niet forceren.
Of zou het toch iets ergs zijn. Of iets heel dringend? Iets wat absoluut niet kan wachten? Iets wat zo erg is dat ik het mij niet kan voorstellen? Iets waarvan ik later zal denken: had ik toch maar iets harder mijn best gedaan om het af te ronden zodat ik too the rescue kon overgaan?
" Misschien op de WC?"
KLOPKLOP
"mama, zijt ge daar?"
"Jaaaaaaaaaaahaaaa, wat is er?"
" Waar ligt mijn turngerief? Ik heb het misschien volgende week nodig"
Brandjes blussen.
Scheidsrechteren.
Troosten.
Huiswerk begeleiden.
Schoenen zoeken.
Jas zoeken.
Boekentas controleren op boterhamdozen.
Achter hun gat opruimen.
Terecht wijzen.
Sokken zoeken.
In bed stoppen.
Eten maken.
Eten geven.
Dwingen om te eten.
Turnzak nabrengen.
Prijzen.
Zwemzak nabrengen.
Speelafspraakjes regelen.
Vriendjes ontvangen.
Ruzies met vriendjes die uitgenodigd zijn oplossen.
Kamers herinrichten.
Dwingen om te douchen.
Dreadlocks uit haren kammen.
....
Maar af en toe kan het al eens gebeuren dat ze allemaal schoon bezig zijn. Dat ik geen van de bovenstaande dingen hoef te doen.
Af en toe kan ik dus rustig naar de WC gaan.
Ik laat mijn broek op mijn enkels zakken. Ik vlei mijn billen neder en.....
" Waar is mama?"
"Buh"
"Mama!?"
"Maaaaamaaaaaaa!"
"MAAAAAMAAAAAAAA!!!!!!!!!!"
Ik probeer wat sneller mijn ding te doen, ondertussen denkend dat het wel niet erg is, maar ja sommige dingen kan je echt niet forceren.
Of zou het toch iets ergs zijn. Of iets heel dringend? Iets wat absoluut niet kan wachten? Iets wat zo erg is dat ik het mij niet kan voorstellen? Iets waarvan ik later zal denken: had ik toch maar iets harder mijn best gedaan om het af te ronden zodat ik too the rescue kon overgaan?
" Misschien op de WC?"
KLOPKLOP
"mama, zijt ge daar?"
"Jaaaaaaaaaaahaaaa, wat is er?"
" Waar ligt mijn turngerief? Ik heb het misschien volgende week nodig"
dinsdag 12 februari 2013
In een carrefour bij u in de buurt.
Caissière tegen een vrouw die zeer veel handdoekskes koopt: "Ja, de dees zijn wel wa minder in kwaliteit."
Vrouw: "Och ja, die zijn ook maar voor op de WC beneden."
Caissière: "Ge zult het verschil vooral merken als ge ze int wasmachine steekt."
Vrouw (die een dankbare opening krijgt om haar verhaal te doen): "Was, dat heb ik altijd genoeg!","Als ik mijne zoon laat doen heb ik elke dag 6 machines."
Caissière: "Oei da's toch veel, niet?"
Vrouw:" neen, neen, Ik lieg niet!" "'T is mijne zoon....smetvrees"" Als ik die laat doen dan moet ik elke dag 6 machines draaien", "Ik temper hem wa en dan zijn het er nog 3."
Caissière: "oei,hij heeft graag alles proper?"
Vrouw, terwijl ze haar laatste handoekske in een zak steekt en betaalt: "Ja, hij is geopereerd en sindsdien.... zit er iets fout" "Hij heeft ook aanvallen en dus ben ik maar bij hem gaan wonen", "Erg hoor, als er iets mis is met uw kinderen, maar ja ge blijft daar toch voor zorgen, hè"
Caissière: "Och ja, ge moet maar denken: hij is tenminste proper, want vuil kinderen da's ook maar niks!" "Prettige dag nog."
Toch fijn zo empathische caissières.
Vrouw: "Och ja, die zijn ook maar voor op de WC beneden."
Caissière: "Ge zult het verschil vooral merken als ge ze int wasmachine steekt."
Vrouw (die een dankbare opening krijgt om haar verhaal te doen): "Was, dat heb ik altijd genoeg!","Als ik mijne zoon laat doen heb ik elke dag 6 machines."
Caissière: "Oei da's toch veel, niet?"
Vrouw:" neen, neen, Ik lieg niet!" "'T is mijne zoon....smetvrees"" Als ik die laat doen dan moet ik elke dag 6 machines draaien", "Ik temper hem wa en dan zijn het er nog 3."
Caissière: "oei,hij heeft graag alles proper?"
Vrouw, terwijl ze haar laatste handoekske in een zak steekt en betaalt: "Ja, hij is geopereerd en sindsdien.... zit er iets fout" "Hij heeft ook aanvallen en dus ben ik maar bij hem gaan wonen", "Erg hoor, als er iets mis is met uw kinderen, maar ja ge blijft daar toch voor zorgen, hè"
Caissière: "Och ja, ge moet maar denken: hij is tenminste proper, want vuil kinderen da's ook maar niks!" "Prettige dag nog."
Toch fijn zo empathische caissières.
zondag 20 januari 2013
Vlinder
We hebben een nieuw nichtje!
Gelukkig weet ge altijd ongeveer 9 maanden op voorhand dat er familie-uitbreiding op komst is.
9 maanden is zelfs voor mij genoeg tijd om een cadeautje ineen te naaien.
Deze keer geen uil, maar een vlinder. Weer gemaakt van restjes stof en vilt, genaaid op een doekske uit de kringloopwinkel.
Gelukkig weet ge altijd ongeveer 9 maanden op voorhand dat er familie-uitbreiding op komst is.
9 maanden is zelfs voor mij genoeg tijd om een cadeautje ineen te naaien.
Deze keer geen uil, maar een vlinder. Weer gemaakt van restjes stof en vilt, genaaid op een doekske uit de kringloopwinkel.
woensdag 16 januari 2013
Reutel ende rochel
De kerstvakantie was, om het eventjes plat te zeggen, kak!
Het lag niet eens aan de vele verplichtte feestjes in de eerste week.
Zelfs niet aan het miezerig strontweer, waardoor ik 2 weken lang met 4 hypere kinderen binnen zat opgesloten. (Geen nood ze leven nog, maar het scheelde soms niet veel).
Of aan het feit dat mijne mens thuis was (en ik de illusie had dat we gezellig gezinnetje konden spelen), maar die thuistijd vooral vulde met werken (pats weg illusie).
Nee, daar kan ik allemaal tegen.
Wat is dan het probleem? Waarom dan zo zagen?
Wel, ik ben ziek geweest!
Niet gewoon: "pff, ik heb een snotneus en ik voel me een beetje moe"
of: "Amai, mijne maag ligt overhoop, ik denk dat ik vandaag geen kerststronk meer eet"
Nee, ECHT ziek. De griep: koorts, koud, warm, kippenvel, zweet, spierpijn, kreunen, rechtgaan zitten want ge voelt u beter en bonk terug in uw kussen vallen,...
Die griep werd na twee dagen aangevuld met een mega-snotvalling die na een dag besloot om naar mijn sinussen te vehuizen. Daar kreeg ik antibiotica voor, met als resultaat : "Amai, mijne maag ligt overhoop, ik denk dat ik vandaag en de 4 volgende dagen geen lekker eten meer zal nuttigen".
Gelukkig (en dit mag je lezen met zoveel ironie als mogelijk is), werd mijne mens ook ziek, maar dan nog erger en langer dan ik. Waardoor ik toch uit mijn bed moest, om kinderen te voederen en bezig te houden (alles met een scherm kwam aan bod).
Gelukkig (ironie, weet ge wel) werden ook twee van die vier kinderen ziek. "Och ja, dan zijn ze tenminste minder hyper en hoef ik mij niet schuldig te voelen dat ze weer voor TV liggen, ze kunnen toch nie bewegen van de koorts." troostte ik mezelf, na een stevige hoestbui.
Twee weken vakantie werden aangevuld met een week ziekenverlof, samen met mijne rochelende mens en een koortsige peuter.
Sinds deze week ben ik terug onder de werkende mensen. Nooit gedacht dat dat deugd zou doen.
Het lag niet eens aan de vele verplichtte feestjes in de eerste week.
Zelfs niet aan het miezerig strontweer, waardoor ik 2 weken lang met 4 hypere kinderen binnen zat opgesloten. (Geen nood ze leven nog, maar het scheelde soms niet veel).
Of aan het feit dat mijne mens thuis was (en ik de illusie had dat we gezellig gezinnetje konden spelen), maar die thuistijd vooral vulde met werken (pats weg illusie).
Nee, daar kan ik allemaal tegen.
Wat is dan het probleem? Waarom dan zo zagen?
Wel, ik ben ziek geweest!
Niet gewoon: "pff, ik heb een snotneus en ik voel me een beetje moe"
of: "Amai, mijne maag ligt overhoop, ik denk dat ik vandaag geen kerststronk meer eet"
Nee, ECHT ziek. De griep: koorts, koud, warm, kippenvel, zweet, spierpijn, kreunen, rechtgaan zitten want ge voelt u beter en bonk terug in uw kussen vallen,...
Die griep werd na twee dagen aangevuld met een mega-snotvalling die na een dag besloot om naar mijn sinussen te vehuizen. Daar kreeg ik antibiotica voor, met als resultaat : "Amai, mijne maag ligt overhoop, ik denk dat ik vandaag en de 4 volgende dagen geen lekker eten meer zal nuttigen".
Gelukkig (en dit mag je lezen met zoveel ironie als mogelijk is), werd mijne mens ook ziek, maar dan nog erger en langer dan ik. Waardoor ik toch uit mijn bed moest, om kinderen te voederen en bezig te houden (alles met een scherm kwam aan bod).
Gelukkig (ironie, weet ge wel) werden ook twee van die vier kinderen ziek. "Och ja, dan zijn ze tenminste minder hyper en hoef ik mij niet schuldig te voelen dat ze weer voor TV liggen, ze kunnen toch nie bewegen van de koorts." troostte ik mezelf, na een stevige hoestbui.
Twee weken vakantie werden aangevuld met een week ziekenverlof, samen met mijne rochelende mens en een koortsige peuter.
Sinds deze week ben ik terug onder de werkende mensen. Nooit gedacht dat dat deugd zou doen.
Labels:
het dagelijkse leven,
ik,
kinderen,
werk,
ziek
vrijdag 7 december 2012
zomaar wat gesprekken met mijn kroost
'S avonds 21.30 uur aan het bed van F.
F huilt en is lichtelijk hysterisch omdat ze de volgende dag na school een melktand moet laten trekken.
Ik: "nie huilen, da helpt echt nie. Waarom denkt ge altijd dat het slechtste zal gebeuren. Zo wordt ge ongelukkig."
F: "Hoe bedoelt gehehehe??"
Ik: "Ge zou ook kunnen denken dat het allemaal wel zal meevallen, zoals ik trouwens al gezegd heb, maar nee gij denkt direkt aan het slechtste. Aan het goede denken is even makkelijk als aan het slechte denken."
F: "Ja voor u wel! trouwens gij zijt ne volwassenen. Het is uw werk om ervoor te zorgen dat ik gene schrik. Natuurlijk dat ge dan zegt dat het niet zoveel pijn doet."
Ik: "Ik beloof u dat ik da nu niet doe!"
F: "pffff....wehehe (nieuwe huilbui, op naar een andere strategie: afleiding/omkoping)"
Ik: "Weet ge wat? Als ge nu iets moogt kiezen om morgen te doen, na het trekken van uwe tand. Dan kunt ge daar over nadenken ipv over de pijn die er misschien zal zijn."
F stopt met wenen en haar ogen beginnen gevaarlijk te twinkelen. Ik voel gevaar.
Ik: "Neen, ge krijgt geen hond, daar moet minstens een arm voor uitgetrokken worden."
F gniffelt en we praten wat over mogelijke dingen om te doen na het trekken der melktand.
F is gekalmeerd en ik kan naar beneden.
F: Mamaaaa?
Ik: Ja?
F: wat zou ik krijgen als mijn twee benen afgesjakt zouden zijn?
We gaan wandelen met z'n vijfjes. F blijft thuis, ze wil eventjes rustig alleen zijn (roloog). Het is koud, nattig en het wordt al donker. We nemen pillampen mee en staan erop dat M en K een fluovest aandoen. Een niet zo sexy, te groot ongelooflijk lelijk fluovest dat M zeer tegen haar zin aantrekt.
De wandeling is gedaan en we wandelen in het pikkedonker terug naar huis. M wandelt 200 meter voorop. Ze is boos (over god weet wat) en haar fluovest sleept over de grond want ze heeft het nog maar één kant aan.
Ik: M doe uw vest tegoei aan!
M: ...
Ik: Nuhu!
M: Da's stom.
Ik: M niemand ziet u hier!
M: Waarom moet ik het dan aandoen?
Ik: Ik bedoelde: niemand waarvan ge wilt dat ze u cool vinden, ziet u hier.
M (die boos is en dan graag heel letterlijk doet): Ik snap echt nie waarom het moet, niemand ziet me toch hebt ge gezegd?
Ik (moe en geen zin hebbend in van die belachelijke discussies): M DOE DA VEST AAN!!!
De afstand wordt vergroot met nog eens 200 meter, met vest aan weliswaar.
M en K hebben geen school. K zit aan de computer, M ligt nog in bed. Ik ben in de auto op de terugweg van de creche en F haar school. Het sneeuwt, het is geen sneeuwstorm zoals voorspeld, maar hij blijft wel liggen.
Ik bel naar huis, K neemt op.
We praten wat over of hij nog leeft en wat ik van de bakker moet meebrengen. Het gesprek is bijna afgerond.
K: Hei mama, ge hoeft niet te paniekeren hoor.
Ik: hè, waarom zou ik dat doen?
K: Het sneeuwt, maar het is nie veel.
Ik: Ja, en?
K: dus hoeft ge nie te paniekeren als ge met de auto rijdt.
Ik: ... Euh danku, ik zal mijn best doen.
F huilt en is lichtelijk hysterisch omdat ze de volgende dag na school een melktand moet laten trekken.
Ik: "nie huilen, da helpt echt nie. Waarom denkt ge altijd dat het slechtste zal gebeuren. Zo wordt ge ongelukkig."
F: "Hoe bedoelt gehehehe??"
Ik: "Ge zou ook kunnen denken dat het allemaal wel zal meevallen, zoals ik trouwens al gezegd heb, maar nee gij denkt direkt aan het slechtste. Aan het goede denken is even makkelijk als aan het slechte denken."
F: "Ja voor u wel! trouwens gij zijt ne volwassenen. Het is uw werk om ervoor te zorgen dat ik gene schrik. Natuurlijk dat ge dan zegt dat het niet zoveel pijn doet."
Ik: "Ik beloof u dat ik da nu niet doe!"
F: "pffff....wehehe (nieuwe huilbui, op naar een andere strategie: afleiding/omkoping)"
Ik: "Weet ge wat? Als ge nu iets moogt kiezen om morgen te doen, na het trekken van uwe tand. Dan kunt ge daar over nadenken ipv over de pijn die er misschien zal zijn."
F stopt met wenen en haar ogen beginnen gevaarlijk te twinkelen. Ik voel gevaar.
Ik: "Neen, ge krijgt geen hond, daar moet minstens een arm voor uitgetrokken worden."
F gniffelt en we praten wat over mogelijke dingen om te doen na het trekken der melktand.
F is gekalmeerd en ik kan naar beneden.
F: Mamaaaa?
Ik: Ja?
F: wat zou ik krijgen als mijn twee benen afgesjakt zouden zijn?
We gaan wandelen met z'n vijfjes. F blijft thuis, ze wil eventjes rustig alleen zijn (roloog). Het is koud, nattig en het wordt al donker. We nemen pillampen mee en staan erop dat M en K een fluovest aandoen. Een niet zo sexy, te groot ongelooflijk lelijk fluovest dat M zeer tegen haar zin aantrekt.
De wandeling is gedaan en we wandelen in het pikkedonker terug naar huis. M wandelt 200 meter voorop. Ze is boos (over god weet wat) en haar fluovest sleept over de grond want ze heeft het nog maar één kant aan.
Ik: M doe uw vest tegoei aan!
M: ...
Ik: Nuhu!
M: Da's stom.
Ik: M niemand ziet u hier!
M: Waarom moet ik het dan aandoen?
Ik: Ik bedoelde: niemand waarvan ge wilt dat ze u cool vinden, ziet u hier.
M (die boos is en dan graag heel letterlijk doet): Ik snap echt nie waarom het moet, niemand ziet me toch hebt ge gezegd?
Ik (moe en geen zin hebbend in van die belachelijke discussies): M DOE DA VEST AAN!!!
De afstand wordt vergroot met nog eens 200 meter, met vest aan weliswaar.
M en K hebben geen school. K zit aan de computer, M ligt nog in bed. Ik ben in de auto op de terugweg van de creche en F haar school. Het sneeuwt, het is geen sneeuwstorm zoals voorspeld, maar hij blijft wel liggen.
Ik bel naar huis, K neemt op.
We praten wat over of hij nog leeft en wat ik van de bakker moet meebrengen. Het gesprek is bijna afgerond.
K: Hei mama, ge hoeft niet te paniekeren hoor.
Ik: hè, waarom zou ik dat doen?
K: Het sneeuwt, maar het is nie veel.
Ik: Ja, en?
K: dus hoeft ge nie te paniekeren als ge met de auto rijdt.
Ik: ... Euh danku, ik zal mijn best doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)